Openb.4:3 Degene die op de troon zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruit zag als smaragd.
A: De onthulling van de schoonheid van de Vader in Openb.4:1-7.
Er zijn 15 verschillende dimensies in de schoonheid van de Vader, die onderverdeeld kunnen worden in vijf groepen van elk drie aspecten. In het vorige hoofdstuk hebben we de eerste groep besproken, namelijk het epicentrum van alle leven met de drie kenmerken van het leven in de Geest, de troon in de hemel, en Iemand die op deze troon zit. In dit hoofdstuk wordt de tweede groep met drie aspecten besproken, namelijk de drie aspecten die de transcendente schoonheid van God de Vader beschrijven. Deze stralende schoonheid van de Vader wordt beschreven door drie verschillende minerale stenen, namelijk de jaspis, de sarder en de smaragd. De jaspis beschrijft hoe God de Vader er uitziet, de sarder beschrijft hoe de Vader voelt, en de smaragd beschrijft hoe de Vader handelt.
Wanneer Johannes naar de stralende schoonheid van God de Vader op Zijn troon kijkt, ziet hij vele onbekende dimensies van glorie; daarom zoekt hij naar allerlei vergelijkingen in de natuurlijke wereld om expressie te kunnen geven aan wat hij ziet. Hij gebruikt natuurlijke kleuren om het uiterlijk van de Persoon op de troon in menselijke woorden te kunnen weergeven, zoals jaspis, sarder en smaragd. Ook de profeet Ezechiël moest in Ezech.1+10 menselijke bewoordingen gebruiken om de bovennatuurlijke openbaring in het visioen te kunnen weergeven. Hij raakte zo verloren in wat hij zag dat hij woorden tekort kwam; daarom gebruikte hij 53 keer de woorden als, lijkend op, gedaante of verschijning.
Het Hebreeuwse woord ‘demuwth’ in de betekenis van gelijkenis of vergelijking komt 25 keer voor in de Bijbel, maar daarvan maar liefst 15 keer in Ezech.1+8+10. De schoonheid van God op Zijn troon schittert als jaspis en sarder vermengd met vlammend vuur (Dan.7:9-10); het vuur rondom Gods troon maakt iedereen die dicht bij de troon komt mooi in schoonheid, versierd met heiligheid, en gezalfd met de Heilige Geest
B: De schoonheid van de Vader als jaspis.
Openb.4:3 Degene die op de troon zat had een uiterlijk als van jaspis……
B1: De jaspis wordt zeven keer genoemd in de Bijbel.
1) Als onderdeel van het hogepriesterlijke gewaad.
Ex.28:17-20 Zet er vier rijen stenen op: de eerste rij wordt gevormd door een robijn, een topaas en een smaragd; de tweede rij door een granaat, een saffier en een aquamarijn; de derde door een barnsteen, een agaat en een amethist, en de vierde door een turkoois, een onyx en een jaspis, allemaal in gouden kassen gevat (zie ook in Ex.39:8-13).
2) Als onderdeel van de kleding van Lucifer, voordat hij in zonde viel.
Ezech.28:12-15 Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door Mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg.
3) Als beschrijving van de glorie van de Vader.
Openb.4:3 Degene die op de troon zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruit zag als smaragd.
4) Als beschrijving van de schittering van het Nieuwe Jeruzalem.
Openb.21:10-11 Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan. De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis.
Openb.21:18 De muur was gemaakt van jaspis, en de stad zelf was van zuiver goud, helder als glas.
Openb.21:19-20 De grondstenen van de stadsmuur waren versierd met allerlei edelstenen. De eerste was van jaspis, de tweede van lazuursteen, de derde kornalijn, de vierde smaragd, de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist.
B2: Jaspis is de steen die perplex doet staan.
In Ex.28:20, 39:13 en Ezech.28:13 wordt gesproken over de rode jaspis; het Hebreeuwse woord dat gebruikt wordt is ‘yahalom’, dat afgeleid is van het werkwoord ‘halam’ dat de betekenis heeft van slaan met een hamer; dit woord wordt onder andere gebruikt wanneer iemand door de wijn beschonken is geraakt. Jaspis is dus een rode steen bij het zien waarvan men perplex raakt als bij het drinken van wijn.
Jer.23:9 Gebroken ben ik, heel mijn lichaam beeft, ik lijk wel dronken, beneveld door wijn door toedoen van de HEER, door Zijn heilige woorden.
Jaspis is een opale en fijnkristallijne variëteit van kwarts en de chemische samenstelling van jaspis is identiek aan die van agaat, vuursteen en hoornkiezel. De kleuren zijn variabel, van geel via rood en roodbruin tot groen, en ze worden geslepen en gepolijst om in sieraden gezet te worden. De naam jaspis komt van het griekse ‘iaspis’ en dat betekent gespikkelde steen. Jaspis is een grofkorrelige kwartsvariëteit die veel voorkomt. Het is zelfs in tuingrind te vinden. Jaspis als ruwe steen is dof en compact en is ontstaan uit korrelig kiezelzuur dat op een natuurlijke manier met ijzeroxide is gevuld. Er is rode, gele, groene,roze en zwarte jaspis. En soms ook meerkleurig. Door zijn veelheid in kleur is het de steen van de onbaatzuchtigheid en wordt daarom ook wel ‘christussteen’ genoemd. In oude tijden was de jaspis een geliefde steen waar sterke magische kwaliteiten aan werden toegeschreven.
God bezit een schoonheid als jaspis, omdat Hij Zichzelf graag presenteert als Iemand die verbazing wekt en perplex doet staan vanwege Zijn schoonheid; Hij bedwelmt ons met Zijn schittering en brengt ons in extase vanwege Zijn bovennatuurlijke schoonheid.
2Kor.5:13a Zijn we in extase, dan is het voor God……
Bij het zien van deze schitterende God wordt de wijsheid van een mens als die van een dronken man; alle menselijke kracht en wijsheid wordt nutteloos en onbruikbaar bij het zien van deze prachtige God in al Zijn schoonheid. De schitterende luister van God wordt omschreven als een edelsteen die kristalhelder is als de jaspis.
Openb.21:11 De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis.
Dit alles spreekt van een schitterende zuiverheid in het wezen van Gods karakter, in al Zijn liefde, wijsheid en kracht.
B3: Gods aangezicht schittert als jaspis.
De beschrijving van Gods uiterlijk is vooral een beschrijving van Zijn gestalte, het schitterende licht dat van Hem afstraalt, een verbijsterende schoonheid en de ontzagwekkende helderheid van Zijn glorie. Wanneer wij het licht van Zijn aangezicht zien, betekent dit dat Hij Zich naar ons toegekeerd heeft om ons te zegenen.
Num.6:24-27 Moge de HEER u zegenen en u beschermen, moge de HEER het licht van Zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de HEER u Zijn gelaat toewenden en u vrede geven.
Ps.4:7b HEER, laat het licht van Uw gelaat over ons schijnen.
Ps.89:16 Gelukkig het volk dat van Uw roem getuigt en leeft, HEER in het licht van Uw gelaat.
Matt.17:2 Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.
Hebr.1:3 In Hem schittert Gods luister, Hij is Zijn evenbeeld……
2 Kor.4:6 De God die heeft gezegd: Uit de duisternis zal licht schijnen, heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van Zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
B4: Gods ontoegankelijke licht.
1 Tim.6:16 Hij alleen is onsterfelijk en Hij woont in een ontoegankelijk licht; geen mens heeft Hem ooit gezien of kan Hem zien. Aan Hem zij de eer en de eeuwige kracht. Amen.
Het licht van de schitterende schoonheid van God is ontoegankelijk vanwege de enorme overweldigende kracht en glorie; het woord ‘ontoegankelijk’ is hier een aanduiding van de capaciteit van dit licht, maar niet van de emotionele kwaliteit. God zegt hier niet dat Hij niet benaderd wil worden in de betekenis van relatie, Hij zegt niet dat Hij afstandelijk is omdat Hij niet van mensen zou houden. Nee integendeel, het schitterende licht van Gods schoonheid spreekt van een heiligheid die Hem onderscheidt van alle geschapen wezens, zowel engelen als mensen. Het licht van Gods glorie remt ons aan de ene kant af om dichterbij te komen vanwege de schoonheid van dit licht, maar trekt ons aan de andere kant sterk naar zich toe vanwege de intense liefdevolle passie van dit licht.
De serafs rond de troon van God hebben zes vleugels (Jes.6:2, Openb.4:8); met twee vleugels bedekken zij hun gezicht, met twee vleugels bedekken zij hun lichaam en met twee vleugels vliegen zij. Deze serafs, die dag en nacht voor Gods troon zijn, worden gedwongen om hun ogen te bedekken, omdat zij overweldigd worden door de schoonheid van het licht van God; zij bedekken hun ogen niet omdat het verboden is naar God te kijken, maar omdat het licht van Gods glorie te overweldigend is. Maar toch kunnen wij als kinderen van God onbevangen voor de troon van God verschijnen
Ps.84:12 Want God de HEER is een zon en een schild; genade en glorie schenkt de HEER, Zijn weldaden weigert Hij niet aan wie onbevangen op weg gaan.
B5: Gods bekleedt Zichzelf met een schitterend licht.
Ps.104:2 Met glans en glorie bent U bekleed, in een mantel van licht gehuld.
Job 21:22-23 Uit het noorden nadert een gouden schittering; huiveringwekkend is de luister waarin God Zich hult. De Ontzagwekkende, die wij niet kunnen vatten, is groot door Zijn kracht en door Zijn recht.
Hab.3:3-4 God komt uit Teman, de Heilige komt uit de bergen van Paran. Zijn glorie straalt aan de hemel, de aarde is vol van Zijn roem. Schittering is er als zonlicht, stralen komen uit Zijn hand, waarin Zijn kracht verborgen is.
Ps.93:1-2 De HEER is koning, met hoogheid is Hij bekleed, de HEER is met macht bekleed en omgord. Vast staat de wereld, zij wankelt niet, en vast staat van oudsher Uw troon, U bent van alle eeuwigheden.
C: De schoonheid van de Vader als sarder.
Openb.4:3 Degene die op de troon zat had een uiterlijk als van ……sarder.
C1: De sarder wordt vijf keer in de Bijbel genoemd.
In de Nieuwe Bijbelvertaling wordt in het Oude Testament het woord voor sarder met robijn vertaald.
1) Als onderdeel van het hogepriesterlijke gewaad.
Ex.28:17-20 Zet er vier rijen stenen op: de eerste rij wordt gevormd door een robijn, een topaas en een smaragd; de tweede rij door een granaat, een saffier en een aquamarijn; de derde door een barnsteen, een agaat en een amethist, en de vierde door een turkoois, een onyx en een jaspis, allemaal in gouden kassen gevat (zie ook in Ex.39:8-13).
2) Als onderdeel van de kleding van Lucifer, voordat hij in zonde viel.
Ezech.28:12-15 Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door Mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg.
3) Als beschrijving van de glorie van de Vader.
Openb.4:3 Degene die op de troon zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruit zag als smaragd.
4) Als onderdeel van de muur van het Nieuwe Jeruzalem.
Openb.21:19-20 De grondstenen van de stadsmuur waren versierd met allerlei edelstenen. De eerste was van jaspis, de tweede van lazuursteen, de derde kornalijn, de vierde smaragd, de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist.
C2: De sarder toont ons hoe God voelt.
De chalcedoon is een halfedelsteen en een variëteit van het mineraal kwarts; wanneer het een carneool is, is de kleur rood, en wanneer het een sarder is, heeft het een vleeskleurig uiterlijk. De carneool is ook een agaat en behoort bij de kwartsgroep. Het verschil met de gewone agaat is, dat de carneool geen banden of vlekken heeft, maar een bijna egale kleur. Deze kleur varieert van vleeskleurig oranje tot oranjerood, met alle tussenliggende oranjegele tinten.
De Hebreeuwse naam is ‘odem’ en de Griekse naam is ‘sardios’; het Hebreeuwse woord is afgeleid van de naam Adam, en de overeenkomstige kleur is rood. Adam ontving zijn naam van God omdat zijn menselijke vlees gevormd werd uit de materie van rode aarde. De sarder wordt in de N.B.V. omschreven als robijn, terwijl de N.B.G. hem omschrijft als rode jaspis, wat tot verwarring leidt. De sarder is een robijn met een egaalrode kleur die spreekt van het emotionele hart van een wonderschone God.
Deut.4:24 Want de Heer uw God is een verterend vuur, Hij duldt geen andere goden naast Zich.
Gods jaloerse liefde is niet jaloers zoals menselijke jaloersheid; Gods liefde is zuiver en spreekt van een intens verlangen naar mensen, omdat Hij in al Zijn schoonheid zeer diepe gevoelens voor ons koestert. Juist omdat Hij Zelf zo mooi is, ziet Hij in de mensen ook de mogelijkheid van eeuwige schoonheid.
C3: De liefde van de Vader.
Joh.15:9 Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad.
Joh.17:23b …… en dat U hen liefhad zoals U Mij liefhad.
De openbaring van het emotionele hart van God dat mooi is als een sarder, maakt dat wij ons geliefd voelen, als mensen die gewild zijn en begeerd worden door een prachtige God; onze werkelijke betekenis ligt in de identiteit van Hem die intens naar ons verlangt. Maar de sarder spreekt ook van Zijn liefde en ijver voor gerechtigheid; deze heilige God zal alles aan de kant schuiven en verwijderen wat tegengesteld is aan Zijn gepassioneerde liefde. Alles wat niet in overeenstemming is met het sprankelende licht van de jaspis, zal verwijderd worden door het offer van Gods Zoon Jezus Christus als het geslachte Lam, die de menselijke kleur aannam van de sarder. De schittering van de jaspis weerspiegelt het licht van God (1Joh.1:5), terwijl het vurige licht van de sarder de jaloerse liefde van God weergeeft (Hebr.12:29). Zo bezit ook de Zoon van God tegelijkertijd een schitterend witte schoonheid, die vermengd is met Zijn menselijke rode kleur (Hgl.5:10); Hij is tegelijkertijd de Leeuw van Juda en het Lam van God (Openb.5:5-6), en Hij is tegelijkertijd het vuur van een smid en het loog van een wolwasser (Mal.3:2). De God met de schoonheid van een jaspis verlangt er zo hevig naar om ons perplex te doen staan vanwege Zijn indringende heilige tegenwoordigheid, dat Hij tot het uiterste is gegaan door mens te worden om verbrijzeld te worden door Zijn eigen ijver en gerechtigheid. Deze twee verschillende tinten rood spreken zo van de God-Mens Jezus.
D: De regenboog als een smaragd.
Openb.4:3 …… en rond de troon was een regenboog die eruit zag als smaragd.
D1: De smaragd wordt vijf keer in de Bijbel genoemd.
1) Als onderdeel van het hogepriesterlijke gewaad.
Ex.28:17-20 Zet er vier rijen stenen op: de eerste rij wordt gevormd door een robijn, een topaas en een smaragd; de tweede rij door een granaat, een saffier en een aquamarijn; de derde door een barnsteen, een agaat en een amethist, en de vierde door een turkoois, een onyx en een jaspis, allemaal in gouden kassen gevat (zo ook in Ex.39:8-13).
2) Als onderdeel van de kleding van Lucifer, voordat hij in zonde viel.
Ezech.28:12-15 Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen. Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door Mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg.
3) Als beschrijving van de glorie van de Vader.
Openb.4:3 Degene die op de troon zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruit zag als smaragd.
4) Als onderdeel van de muur van het Nieuwe Jeruzalem.
Openb.21:19-20 De grondstenen van de stadsmuur waren versierd met allerlei edelstenen. De eerste was van jaspis, de tweede van lazuursteen, de derde kornalijn, de vierde smaragd, de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist.
Het Hebreeuwse woord voor smaragd is ‘bareqeth’, dat afgeleid is van het woord ‘baraq’ wat bliksem betekent; maar het is ook de aanduiding van een flikkerend zwaard. Het Griekse woord is ‘smaragdos’.
D2: De regenboog als teken van hoop.
Gen.9:12-17 En dit, zei God, zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen Mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: Ik plaats Mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, zal Ik denken aan Mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen God en al wat op aarde leeft. Dit, zei God tegen Noach, is het teken van het verbond dat Ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb.
Wanneer de God van verblindende heiligheid (jaspis) en vurige ijver in gerechtigheid (sarder) in de nabijheid van zondige mensen komt is er een dringende noodzaak van een regenboog van hoop (smaragd). Vijf keer spreekt God in deze tekst over Zijn eeuwigdurend verbond met de mensheid en de regenboog is het teken van dat verbond. De regenboog spreekt van een verbond van genade waarin God Zichzelf voortdurend herinnert aan Zijn onuitputtelijke goedheid. De regenboog is geheel rond de troon van God, m.a.w. de regenboog omringt de troon volledig; dat betekent voor ons dat de glorie van Gods genade Zijn troon van majesteit en heiligheid volledig omgeeft. Dit spreekt een taal dat de heiligheid van God nooit zonder Zijn genade aan mensen getoond wordt; wanneer er sprake is van oordeel op grond van Gods heiligheid, zal er ook altijd sprake zijn van de mogelijkheid om genade te ontvangen op grond van Gods goedheid.
Ps.25:10 Liefde en trouw zijn de weg van de HEER voor wie de wetten van Zijn verbond onderhouden.
Ps.32:10 Een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd.
Ps.89:14 Uw troon rust op recht en gerechtigheid, liefde en waarheid staan in Uw dienst.
Johannes gebruikte het Grieks woord ‘iris’ voor regenboog, wat een tamelijk zeldzaam gebruikt woord was, terwijl het vaker gebruikte woord voor regenboog het woord ‘toxon’ was. De ‘iris’ was echter een aanduiding voor een volledige cirkel, terwijl de ‘toxon’ slechts een aanduiding was voor een halve cirkel; zo zag ook Ezechiël een gloed van vuur als een regenboog die volledig rondom de troon van God was.
Ezech.1: 26-28 En boven de koepel zag ik iets dat leek op een troon van saffier, en daarboven, op die troon, zag ik een gedaante als van een mens. Vanaf wat Zijn lendenen leken te zijn naar boven toe zag ik iets dat glansde als wit goud en door iets als vuur omgeven was, en naar beneden toe zag ik iets als vuur, omgeven door een stralende gloed. Zoals de boog die bij regen verschijnt in de wolken, zo zag die gloed eruit. Dit was de aanblik van de stralende verschijning van de HEER.
De zeven kleuren van de regenboog (rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet) zijn in de troonzaal van God gewikkeld in een kleed van smaragdgroen; groen is de middelste kleur van de regenboog en daarmee de centrale kleur. Groen is in de natuur de meest voorkomende kleur die van nature een rustgevende kleur is; onze ogen kunnen naar groen kijken zonder vermoeid te raken. Deze regenboog rondom de troon van God spreekt van Zijn verlangen om altijd Zijn genade te tonen in Zijn oordelen; zonder de genade van God zouden de zondeval van de mens, de woede van satan en de oordelen van God de aarde allang volledig hebben vernietigd (Micha 7:18-20). De regenboog rondom de troon van God is een profetisch teken dat God Zijn grote genade wil tonen in de tijd van buitensporig grote zonde en de meest hevige oordelen in de geschiedenis van de mensheid; er is ook in de eindtijd nog steeds sprake van Gods genade tijdens Zijn oordelen.
Hab.3:2 HEER, ik heb Uw aankondiging gehoord. Voor wat U gaat doen, HEER, heb ik ontzag. Breng het in deze tijd tot stand, maak het in deze tijd bekend, maar toon Uw mededogen als het tumult losbarst.
De regenboog is een teken van vrede dat verschijnt in de wolken als de storm voorbij trekt; de regenboog wordt gezien wanneer de zon zijn licht laat schijnen temidden van de storm. De regenboog is een weerspiegeling van de schoonheid van de zon en is een belofte van God, dat wanneer het conflict voorbij is God Zijn glimlach weer over de aarde zal laten schijnen om haar weer mooi te maken.
Jes.54:9-10 Dit is voor Mij als bij de vloed van Noach: zoals Ik heb gezworen dat het water van Noach nooit meer de aarde zou overspoelen, zo zweer Ik dat Mijn toorn jou niet meer treft en dat Ik je nooit meer bedreig. Al zouden de bergen wijken en de heuvels wankelen,
Mijn liefde zal nooit meer van jou wijken en Mijn vredesverbond is onwankelbaar, zegt de HEER, die Zich over je ontfermt.
1Kron.16:34 Loof de HEER, want Hij is goed, eeuwig duurt Zijn trouw.
Jes.55:3 Leen Mij je oor en kom bij Mij, luister en je zult leven. Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, de bevestiging van Mijn liefde voor David.
Johannes zag in Openb.10:1-11 een machtige engel uit de hemel neerdalen met een regenboog om zijn hoofd (vers 1); en hoewel hij moest profeteren over talrijke landen en volken, sprak ook deze regenboog van de genade van God temidden van Gods oordelen in de eindtijd.
D3: De genade en goedheid van de Heer.
Ex.34:6 De HEER ging voor hem langs en riep uit: De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig.
Ps.86:15 U, HEER, bent een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig.
Ps.103:8 Liefdevol en genadig is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is Zijn trouw.
Ps.145:8-9 Genadig en liefdevol is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is Zijn trouw. Goed is de HEER voor alles en allen, Hij ontfermt Zich over heel Zijn schepping.
Micha 7:18 Wie is een God als U, die schuld vergeeft en aan zonde voorbijgaat? U blijft niet woedend op wie er van Uw volk nog over zijn; liever toont U hun Uw trouw.
Deze teksten geven vier verklaringen over het wezen van de God die op de troon in de hemel zit en omringd wordt door deze regenboog.
a) Hij is liefdevol - God zal altijd een weg vinden om ons te helpen voorwaarts te gaan, omdat Hij ons zo anders beoordeelt als wij zelf doen; Hij weet dat wij zwak zijn en uit het stof van de aarde gevormd zijn (Ps.78:39, 103:14). De Vader is mensvriendelijk in de manier waarop Hij een relatie met ons onderhoudt; Zijn geboden zijn niet zwaar maar hanteerbaar voor zwakke en gebroken mensen (1Joh.5:3, Matt.11: 29-30).
b) Hij is genadig - God is altijd bereidwillig om Zijn grote genade te geven aan zondige mensen; Hij houdt er enorm van om mensen telkens weer een nieuwe kans te geven (Klg.3:22-23). Hoewel Hij vurig aanspraak op ons maakt, is Zijn genade altijd overweldigend groot om ons te helpen tot Hem terug te keren (Jac.4:5-6).
c) Hij is geduldig - God is uiterst geduldig in het uitstorten van Zijn toorn over de zonde van mensen, en Zijn toorn brengt ook verdriet in Zijn eigen hart (Klg.3:31-33). Hij zal Zijn toorn tot een minimum beperken, zodra wij met bekering tot Hem terugkeren (Ps.30:6, 78:38).
d) Hij is groot van trouw – in de Hebreeuwse taal is er een direct verband tussen de woorden waarheid, geloof en trouw; de God der waarheid gelooft Zijn eigen woord en zal daarom altijd trouw zijn aan Zijn beloften. Ook wanneer wij aan Hem ontrouw zijn door zonde en ongeloof, zal Hij trouw aan Zichzelf blijven, en dus ook aan ons, want Hij kan Zichzelf nooit verloochenen (2Tim.2:13).
Ps 25:10 Liefde en trouw zijn de weg van de HEER voor wie de wetten van Zijn verbond onderhouden.
Ps 33:4-5 Oprecht is het woord van de HEER, alles wat Hij doet is betrouwbaar. Hij heeft recht en gerechtigheid lief, van de trouw van de HEER is de aarde vervuld.
Ps 36:6 HEER, hoog als de hemel is Uw liefde, tot in de wolken reikt Uw trouw,
Ps 89:3 Ik belijd: Uw liefde houdt eeuwig stand, Uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.
Ps 89:9 HEER, God van de hemelse machten, HEER, wie is zo sterk als U? Trouw omhult U als een mantel.
E: Fascinatie voor de schoonheid van God.
De God van schitterende schoonheid en macht (jaspis) is een God van gepassioneerde liefde (sarder), die in al Zijn handelen redding en verlossing brengt (regenboog van smaragd). Een obsessieve fascinatie d.m.v. meditatie op de schoonheid van God in Zijn troonzaal bevrijdt ons van de uitputtende afhankelijkheid van aardse weelde en comfort. Als er een eeuwige en onuitputtelijke erfenis in de hemel op ons wacht, is het volslagen nutteloos om zoveel tijd, geld en energie te spenderen aan aards genot, en daarmee op te offeren wat God ons nu al gegeven heeft om datgene te krijgen wat tijdelijk en verderfelijk is (Fil.3:18-19). Wat wij hier op aarde maximaal kunnen krijgen is slechts een vage schaduw van wat wij in de eeuwigheid in volmaaktheid zullen genieten (Fil.3:20-4:1, 1Petr.1:4-5). Petrus stimuleert ons tot een leven van obsessie (1Petr.1:13) want de vreugde van God is het enige geluk waarmee ons hart verzadigd kan worden. Naar de hemel gaan om voor eeuwig van God te genieten is oneindig veel beter dan elke vorm van aards genot en ontspanning.
Een tweede reden voor obsessie van de schoonheid en de vreugde van God is het vermogen om juist te reageren op de onrechtvaardigheden in het aardse leven. Essentieel voor de hemelse vreugde is de goedkeuring van rechtvaardigheid en het oordeel over het kwaad. Openb.19:1-8 spreekt vier keer het woord halleluja uit, twee keer over het oordeel van het ultieme kwaad (vers 1-3), één keer als aanbidding van God (vers 4-5) en één keer over de Koning-Bruidegom en Zijn Bruid (vers 6-8).
Een derde reden voor obsessie van de schoonheid en de vreugde van God is dat het een vrucht van volharding produceert temidden van lijden en verdrukking; volharding is de vrucht van meditatie over verzadiging in de eeuwigheid (Rom.8:18+25, Kol.3:1-4, 2Kor.4:16-18). De manier om het ware karakter van iets te ontdekken is om te gaan naar de plaats waar datgene aanwezig is in zijn hoogste en zuiverste vorm van expressie; om zuiver geloof te ontdekken moeten we het zoeken in zijn hemelse expressie. De hemel is zo absoluut onvoorstelbaar en onweerstaanbaar aantrekkelijk, omdat de hemel niet alleen maar vol vreugde is, maar ook voor eeuwig toeneemt in vreugde, een groeiende expansie van de schoonheid in de hemel. De hemelse vreugde is niet statisch, maar extatisch tot in het oneindige (Efez.2:7).
De rivier van Gods vreugde groeit alleen maar in omvang (Ezech.47), en neemt elk moment van onze aanwezigheid sterk toe in intensiteit (Klg.3:22-23, Sef.3:17). Na elke bergtop van extase blijkt er steeds weer een nieuwe, hogere bergtop te zijn; onze eeuwige glorie is een constant toenemend proces van groei (Efez.3:18-19), waarin we nooit uitgekeken raken op het wezen en karakter van God (Openb.4:8). God is onbegrensd oneindig en eeuwig, en dus zal onze speurtocht naar de diepten van God ook eeuwig en oneindig zijn en dus voor altijd toenemen in liefde en vreugde.
God zal ons emotionele hart permanent in grootte laten toenemen en onze capaciteit constant vermeerderen om van Hem te kunnen ontvangen; wij zullen voor eeuwig van Hem genieten. God Zelf is de grote Onveranderlijke, maar wij zullen voor eeuwig veranderd worden van glorie tot glorie (2Kor.3:18). Wij zullen vanaf het eerste moment van onze aanwezigheid in de troonzaal volmaakt zijn, maar onze volmaaktheid zal voor eeuwig toenemen en intensiveren. Het zijn onze keuzes hier en nu die mede de mate bepalen waarin wij de eeuwigheid zullen ervaren (Jes.3:10); wat we nu zaaien zullen we straks oogsten (Gal.6:9). Ons verstand zal permanent groeien, zodat we God steeds beter zullen leren kennen; ons emotionele hart zal steeds groter worden, zodat we Gods liefde steeds meer zullen kunnen ervaren. Elk nieuw verlangen in ons hart zal verzadigd worden, waarna er weer nieuwe ruimte gecreëerd wordt voor nieuwe verlangens en grotere verzadiging (Openb.7:9-17 + 22:1-5). We zullen groeien in geluk wanneer wij zien dat anderen gelukkiger zijn dan wij, want liefde is de enige en absolute dominante factor voor de troon van God. De extase is de permanente emotie in de troonzaal van God (2Kor.5:13, 12:4).
@V.v.d.B. J